Silver Linings
Noun
comforting or hopeful aspect of an otherwise desperate or unhappy situation.
[1870–75; from the proverb “Every cloud has a silver lining”]

Als ik iets geleerd heb in mijn 34 jarige leven is het dit: Ga altijd op zoek naar het mooie van een situatie. Hoe klote hij ook is, hoe hopeloos hij ook voelt, zoek en jazeker, je zal het geheid gaan vinden. In de 9 maanden dat mijn moeder ziek was en inmiddels 3 maanden na haar overlijden zoek ik die Silver Linings op. Tijdens haar ziektebed paste ik deze levensles toe als nooit tevoren! Ik kijk terug aan de mooie momenten en focus ik me op het mooie wat ze heeft achtergelaten. En het helpt. Om verder te gaan en zonder een wrang gevoel naar de hele situatie te kijken. Het helpt om verdriet een plek te geven. Het helpt om te verwerken. Te helen.

‘Het nieuws kwam als twintig tsunami’s tegelijk”
En als je nu denkt dat ik vanaf het begin non stop die prachtige zilveren randjes overal zag? Hell to the freakin’ no my friend! In het begin, oh boy, ik was compleet lam geslagen, voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. Het nieuws kwam als twintig tsunami’s tegelijk binnen en ik wist niet wat me overkwam! Waar moest ik aan denken? Hoofd boven water. Is ze er over 2 dagen nog, 2 maanden, 2 jaar?! Ontwijk die grote golf. Hoe werkt dit?! Zwem met de stroming mee. Hoe ga je hiermee om?! Hallo? Roep om hulp. KAN IEMAND MIJ HIER EEN HANDBOEK VOOR GEVEN?! Watertrappelen. Moet ik huilen, moet ik hoop hebben, moet ik dingen kapot maken, moet ik all of the sudden gaan bidden, maar naar wie of wat? Blijf kalm… Moet ik….  Ik weet niet… Blijf.kalm.Aïsha. WAT DAN?! IEMAND?! Kopje onder. What the FREAKING FUCK moet ik!

‘Bleef me afvragen hoe lang ze nog bij ons zou zijn”
Tranen kwamen pas toen ik het diezelfde avond mijn broer moest vertellen. ‘Ok, dus ik moet nu gaan vertellen dat onze moeder doodgaat?!’ En once again, heeft iemand hier een handboek voor?! De tranen stopten pas…. Ik denk ergens de volgende dag. Ik bleef malen, bleef me afvragen hoe lang ze nog bij ons zou zijn. Hoe haar ziektebed zou verlopen. Googelen naar levensverwachtingen voor longkanker. Onder de douche afvragen of ik zou spreken op haar begrafenis. ‘Of zou ze een crematie willen?’ En als ik eraan dacht hoe ziek ze wel niet was. Of als ik naar mijn kinderen keek… Naar mijn jongste van toen nog geen jaar oud. Ik moest haar gaan vertellen over haar oma via foto’s en filmpjes. Ze zou zich hoogstwaarschijnlijk niks van haar herinneren. Even serieus… universe… SERIOUSLY?! En dan kreeg ik appjes van familie, hartjes, liefde, alles. Maar het deed me alleen maar janken. Het deed me alleen maar beseffen dat ze dood ging. DOOD.

De storm ging liggen. Er kwam het moment dat er duidelijk werd dat ze met chemo ging starten en uitslagen bekend werden dat het om een langzaam groeiende tumor ging. Ademruimte. Ook al zegt dat geen ene ruk, toch voelde het alsof ik weer een beetje kon ademen. En toen kwamen de zilveren randjes. Toen kwamen de momenten weer waarin ik voor mezelf in kon staan en zeggen; ok, het is op z’n zachtst gezegd een vieze teringtyfustakkekutzooi, maar het is alles wat we hebben. Dus kom maar! Doe maar! Geef maar!

Al die momenten benoemen zorgde ervoor dat ze het zware overschaduwden.’
In de periode die volgde ben ik op gaan schrijven waar ik juist dankbaar voor was. Aan het feit dat het in de nabije toekomst lag dat ik mijn moeder ging verliezen. En wauw, hoe uitzichtloos de hele situatie ook leek, er ontstond een soort stip op de horizon. De wolk werd steeds meer zilver omlijnd. En de lijst werd langer en langer. Er waren nog zoveel momenten om dankbaar voor te zijn en die ik mooi vond! Van de momenten dat we een huis voor haar regelden nog geen 5 minuten bij ons vandaan tot elke dag samen met mijn broer ons avondritueel doen. Of lunchen met tantes en kunnen ventileren, mijn moeder vaker zien, de kindjes die bijna dagelijks even langs gingen om met haar te trouwen. Al die momenten benoemen zorgde ervoor dat ze het zware overschaduwden.

‘…haar laatste dag pijnlijk in zicht.’
En nee, dat was niet een constante stroom van dankbaarheid. Natuurlijk waren er zat momenten dat die ‘Silver Linings’ zwart waren en er geen lichtpuntje meer te zien was. Maar overall terugkijkend was het een dankbaar en mooi proces om mee te maken. Juist door het dankbare te laten overheersen. En zelfs na dat dankbaar terug kijken kwamen er momenten dat ik boos was. Op het universum, op de wereld, op haar, op mezelf, op haar ziekte. Maar ook daarin, zag ik weer de randjes. Die zilver kleurden om de donkerste wolk in mijn geschiedenis. Zilver, met glinsters van goud en haar gegiechel. Wat ik hoor als ik denk aan de laatste avond dat ze nog echt bij was en ik bij haar sliep. Ook al zat ze onder de morfine, en werd ze benauwder en benauwder. Kwam haar laatste dag pijnlijk in zicht. Het werd een gezellige pyjama party, haar zus op een veldbedje, ik naast haar in bed. We hielden elkaars hand nog even stevig vast, giechelend als twee tienervriendinnen die ver voorbij hun bedtijd nog wakker zijn en allang hadden moeten slapen. Dat soort momenten, mijn lieve, lieve mensen, zijn…

‘a comforting aspect in an otherwise desperate or unhappy situation.’